In 2025 oogstte Menna Laura Meijer (‘Nu verandert er langzaam iets’, 69: Liefde, Seks, Senior) veel lof én trok veel kijkers met haar achtdelige documentaireserie Fortuyn: On-Hollands. Met archiefbeelden en interviews schetst deze serie een krachtig beeld van de opkomst van politicus Pim Fortuyn en de ruk naar rechts die Nederlandse kiezers de afgelopen decennia maakten.
In gesprek met Simone van den Broek, interim Teamhoofd Speelfilm & Documentaire bij het Filmfonds, vertelt Meijer over het maakproces, de stand van documentaireproducties en de financiering ervan in Nederland. “Ik denk dat wij heel veel televisie hebben geleverd van een hoge kwaliteit, en dat we daarmee heel veel kijkers hebben getrokken.”



Simone van den Broek: “Ik las ergens dat je op het idee van Fortuyn: On-Hollands kwam na het zien van de bijna acht uur durende documentaire O.J.: Made in America van Ezra Edelman uit 2016. Kan je iets vertellen over die inspiratie qua inhoud en vorm?”
Menna Laura Meijer: “Ik zag O.J.: Made in America tijdens IDFA en vond dat het beste wat ik ooit zag. Het zit ‘m in die lengte, maar het heeft ook te maken met hoe Edelman O.J verbindt met ras, klasse, seksisme en het institutionele racisme in Amerika. Tegelijkertijd voelt het alsof de film boven het onderwerp zweeft. Het perspectief is niet eenduidig pro-wit of pro-zwart. Er komen allerlei mensen aan het woord met observaties over die gebeurtenis.”
Van den Broek: ‘Fortuyn: On-Hollands is wezenlijk anders qua onderwerp en vorm dan je laatste film Nu verandert er langzaam iets, over de zoektocht van mensen naar zelfverbetering.”
Meijer: “Nu verandert er langzaam iets heeft een statische, wijde camera. Eigenlijk heel simpel en tegelijkertijd heel cinematografisch. Ik wilde met Fortuyn juist geen artistieke distinctie: het beeld moest norm core zijn. Je ziet dat er serieus en kundig aan is gewerkt, maar zonder die cinema-esthetiek. Ik wilde stijlvol, maar onpretentieus beeld maken; televisie eigenlijk. Bij de eerste productie-aanvraag bij het NPO-fonds werden we afgewezen. Over de vorm zeiden ze dat we niet hadden nagedacht over de stijl. Maar norm core is stijl - geen non-stijl. Steve Jobs met zijn zwarte coltrui is een stijlkeuze, je buurman die niet over zijn kleding nadenkt is gewoon je buurman. Die non-esthetiek van de camera, gaat juist heel erg over beeld. Voor mijn gevoel wordt mijn werk eigenlijk steeds minder ‘film’.”
Van den Broek: “Fortuyn bestaat naast de interviews voornamelijk uit archiefbeelden. Het zijn beelden die uit een andere tijd komen en gemaakt zijn door mensen met een bepaalde bias; hoofdzakelijk wit. Kon je genoeg perspectieven vinden?”

Meijer: “Gek genoeg is dat goed gelukt, met name ook door opnames van Multiculturele Televisie Nederland (MTNL). Dat was ander soort materiaal: bij mensen thuis gedraaid en gewoon mensen die op straat staan te praten. Als je kijkt naar vox pops van de gewone Nederlandse publieke televisie, dan komen personen van kleur slechts over thema’s als Zwarte Piet of problemen in de wijk aan het woord. Wat ons ook opviel was het tempo: alles is nu sneller en korter. Ook de vraagstelling was anders: mensen werden minder gedwongen om in quotes te praten. De beeldresearchers waren natuurlijk essentieel in het vinden van dit archief; Isis Brandt Corstius en de zussen Kist.”
"Ik wilde op een niet-gepolariseerde manier naar onze eigen geschiedenis kijken, naar het neoliberale kapitalisme, het racisme, het patriarchaat, misogynie en het gevaar van de ‘witte man’ – de grootste aandeelhouder van veel problemen in de wereld."
Van den Broek: “Heb je het idee dat kijkers de blinde vlekken hebben opgepikt die je in deze film over Nederland laat zien?”
Meijer: “Ik wilde op een niet-gepolariseerde manier naar onze eigen geschiedenis kijken, naar het neoliberale kapitalisme, het racisme, het patriarchaat, misogynie en het gevaar van de ‘witte man’ – de grootste aandeelhouder van veel problemen in de wereld. En toch zijn kijkers over de hele linie positief over de serie, van Elsevier tot De Groene Amsterdammer – op extreemrechts na dan. Ik heb eigenlijk nog nooit meegemaakt dat mijn werk zo werd ontvangen. Bij een viewing in Rotterdam vertelde een jongen me dat hij dat dit een van de meest genuanceerde films was die hij ooit had gezien. Als er iemand niet genuanceerd is, ben ik het. Daarom zeg ik ook altijd: je bent nooit je eigen werk.”

Van den Broek: “Ik vond de serie juist een erg cinematografische ervaring, maar dat heeft misschien ook te maken met de montagekeuzes die jij en editor Festus Toll hebben gemaakt. Wat vond je belangrijk?”
Meijer: “Die archiefbeelden zoals die van de rellen zijn zo mooi. Het is op film gedraaid, de kleuren zijn waanzinnig en je voelt de opwinding van die witte mensen. Het is feest en we gaan met z’n allen een brandbom naar binnen gooien bij Turken! We hebben lang gewerkt aan die scène. Ik wilde dat het voelde als een ballet, als carnaval, met de politie die erbij staat te lachen. De beelden zijn nooit illustratief, maar dragen de scène. Ook in de montage zocht ik naar norm core, een soort casualness die niet geforceerd is. Je mag als het ware niet voelen dat het gemonteerd is.”
Van den Broek: “Hoe werkte je samen met de omroep, in een tijd waarin een andere politieke wind is gaan waaien?”
Meijer: “Fortuyn is gemaakt met het oude documentaireteam van KRO-NCRV - toen de film klaar was gingen ze met pensioen. Ze hadden een mega-hart voor documentaire, net als hun opvolgers, en hebben ons veel ruimte gegeven. Het was natuurlijk een enorm risico, een megalomaan project van acht delen met allemaal verschillende lengtes. Ik denk dat de eindredacteur niets meer te bewijzen had en daarmee precies bewees hoe bijzonder televisie kan zijn. Want wat niemand verwachtte gebeurde: het werd een succes en we hadden veel kijkers. Het laatste deel is dik anderhalf uur en daar hebben 224 duizend kijkers lineair naar gekeken: die zijn daar om tien uur in de avond echt voor gaan zitten! We hadden ook veel streams. Ja, de omroep is blij met de cijfers, maar ze zijn vooral gericht op lineair. We weten dat daar overwegend witte mensen van 50- en 65-plus in de Randstad, Noord-Brabant, Zeeland en Drenthe hebben gekeken. Wie de streamers zijn weten we niet. Dat zijn een miljoen kijkers.”
“Daarom is het Filmfonds voor producenten en makers zo essentieel. Er ligt een grote morele druk op het Filmfonds omdat het in feite de enige plek is waar je autonoom kan maken. De manier waarop het Filmfonds werkt, dus niet alleen financiert, maar ook sámen werkt – dat is het beste wat je als maker en als producent kan hebben.”
Van den Broek: Hoe belangrijk is de steun van het Fonds voor documentairemakers?”
Van den Broek: “Dit is precies waarom ik bij het Filmfonds wilde werken, omdat je ervoor wilt zorgen dat er iets mógelijk is. Dat is ook je opdracht als fonds.”
Meijer: “Je hebt eindredacteuren en beleidsmakers nodig die zien en waarderen dat makers gekke dingen doen; een film van acht uur maken bijvoorbeeld. En je moet zorgen dat je aan de voorkant drempels weghaalt. De tijd is gelukkig voorbij dat je bij het Filmfonds alleen kan aanvragen als je een filmopleiding hebt gedaan. Je moet visie hebben en eigenzinnigheid herkennen en ondersteunen zoals het Filmfondstraject Oase doet. Tegelijkertijd hebben we allemaal de verantwoordelijkheid, ook de NPO, om een stabiel werkklimaat te waarborgen waarin ruimte is voor nieuwe makers, voor makers om gewoon meters te maken en voor creatieve uitzonderingen en risico’s als een achtdelige documentaireserie.
Van den Broek: “Daar ligt volgens mij ook de uitdaging voor het Filmfonds. We moeten ons als fonds verhouden tot een landschap waarin financiering ingewikkelder ligt.”
Meijer: “De laatste film van Vincent Boy Kars heeft hij voor 25.000 euro gemaakt. Ik vond dat zo goed gedaan! Natuurlijk is fair pay essentieel, voor makers is dat de grootste doorbraak van de afgelopen jaren. Maar meters maken ook. Makers monteren meer zelf, ze bedenken nieuwe werkconstructies. Er is een nieuwe generatie die op een eigen manier zelfredzaam is.”
Van den Broek: “Die autonomie bij het maken van goedkopere films, biedt veel mogelijkheden. Het is bijzonder om te zien hoeveel potentie er is. Maar met weinig geld werken is niet voor iedere film de weg. Wat is de waarde van de Film Production Incentive voor een serie als Fortuyn: On-Hollands?”
Meijer: “Wij zaten in de pilotfase van de Production Incentive Documentaireserie, in 2020. Zonder Incentive zijn dit soort series ingewikkeld om te maken. Het ‘archief’ viel overigens niet onder kwalificerende kosten, terwijl dat wel de basis is voor deze film. De bijdrage was 318K op een begroting van 2,1 miljoen. We hebben echt hard gewerkt voor dat geld. Er zitten veel onbetaalde uren in, met name van Joost Seelen en mij. Uiteindelijk hebben we heel veel televisie geleverd, van hoge kwaliteit en voor veel kijkers.”
Highlights, interviews en reflecties uit 2025


