Investeren in een duurzame Surinaamse filmsector

Investeren in een duurzame Surinaamse filmsector

‘Suriname heeft genoeg verhalen die nog verteld kunnen worden’

‘Suriname heeft genoeg verhalen die nog verteld kunnen worden’

Investeren in een duurzame Surinaamse filmsector

‘Suriname heeft genoeg verhalen die nog verteld kunnen worden’

De Nederlandse en Surinaamse cultuur zijn diep met elkaar verbonden. We delen een geschiedenis, maar ook taal, thema’s en een publiek. In 2025, het jaar dat Suriname 50 jaar onafhankelijkheid viert, is er inmiddels sprake van een groeiend aantal filmprojecten van Surinaamse makers uit beide landen, een enthousiast betrokken publiek in Suriname en een substantieel bereik binnen de diaspora in Nederland.

Doculab 10 voor 50 

Het Filmfonds financiert sinds 2022 het project Doculab 10 voor 50, waarin tien filmmakers een documentaire ontwikkelen in het kader van 50 jaar Surinaamse onafhankelijkheid. Tijdens het traject werden uiteindelijk elf Surinaamse filmmakers twee keer per jaar van idee tot eindproductie begeleid door vijf coaches. In december 2025 gingen de elf documentaires in première tijdens het Makandra Film Festival in Paramaribo. 

Door gerichte begeleiding, kennisuitwisseling en ruimte voor (door)ontwikkeling, draagt het traject bij aan de ontwikkeling en versterking van de Surinaamse filmsector en het stimuleren van de professionele samenwerking binnen het Caribisch gebied. Met de ontwikkeling en realisering van de nieuwe projecten bood Doculab praktische ervaring aan een nieuwe generatie filmprofessionals, waaronder elf regisseurs en scenaristen, acht cameramensen, negen editors en elf nieuwe producenten. Het traject is hiermee een kweekvijver voor talent en draagt bij aan de kwaliteit, continuïteit en professionalisering van de filmproductie in Suriname. 

Kevin Headley, een van de deelnemers aan Doculab 10 voor 50: ‘Suriname heeft genoeg verhalen die nog verteld kunnen worden. Cultuur verbindt en brengt samen. Dat moeten we versterken, niet alleen met geld, maar ook met aandacht. En die aandacht was er met deze samenwerking tussen Nederland en Suriname. Doculab liet zien dat we een gedeelde geschiedenis hebben, maar ook nu op een goede manier verbonden kunnen blijven. We kunnen heel trots zijn op wat we hebben afgeleverd.’

De ambitie is om de komende jaren te blijven werken aan het versterken van de sector, met het oog op de lange termijn: een zelfstandige en bloeiende Surinaamse filmsector en een samenwerking die een wederzijdse culturele en economische waarde levert. 

Surinaamse producties

De afgelopen jaren is het aantal toegekende projecten met een duidelijke link naar Suriname gestegen. Zo ontving Onder de Paramariboom (Safi Graauw, Johan Fretz & Matthijs Bockting, KeyFilm) in 2024 een realiseringsbijdrage en in 2025 een bijdrage vanuit de Incentive. Hotel Paramaribo van Manoushka Zeegelaar Breeveld & Barbara Bredero (Flinck Film) ontving in 2025 een projectontwikkelingsbijdrage, evenals lange animatiefilm De Bevrijding van Anton de Kom van Patrick Chin, Raoul de Jong & Philip Delmaar (Submarine). Nieuwe maker Loelle Monsanto werd in 2023 geselecteerd voor een Wildcard en werd in 2025 met haar nieuwe korte jeugdfilm Fort Buku, waarin drie tieners op zoek gaan naar het legendarische fort waar rebellenleider Boni standhield tegen het koloniale leger, geselecteerd voor Cinekid. 

Naast het 50e onafhanklijkheidsjaar van Suriname, was 2025 ook het premièrejaar van Monikondee van Tolin Alexander, Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan. In de documentaire volgen we bootsman Boogie over de Maroni rivier die de grens vormt tussen Suriname en Frans-Guyana, terwijl hij goederen levert aan de inheemse en Marrondorpen langs de oever.

Tolin, Lonnie en Siebren: ‘Tijdens het onderzoek van Monikondee richtten we ons op de periode die veel verder teruggaat dan de staatskundige onafhankelijkheid van Suriname – een onafhankelijkheid die zonder inspraak van Marrons en inheemsen werd vormgegeven. Met hun duurzame manier van leven zorgden zij er eeuwenlang voor dat het regenwoud behouden bleef. Toch zijn hun landrechten nog altijd niet in de Surinaamse grondwet erkend. Een erfenis van het koloniale verleden. Het regenwoud, waar ze groente telen en vissen, staat ondertussen steeds meer onder druk door klimaatverandering en de grootschalige extractie van grondstoffen. De nieuwe Surinaamse regering belooft het bos te beschermen en landrechten te erkennen, voornemens die worden bedreigd door de economische belangen, zoals goud- en oliewinning. Via de rivierreis van Boogie ontvouwt Monikondee hoe mondiale krachten steeds dieper het regenwoud binnendringen en hoe de bewoners de complexe dilemma’s die dit oplevert, het hoofd bieden.’

Monikondee ging in wereldpremière tijdens Cinéma du Réel in Parijs, is inmiddels voor verschillende nationale en internationale filmfestivals geselecteerd en heeft verschillende prijzen gewonnen, waaronder de Intangible Heritage Award.