Rietland-regisseur Sven Bresser: 'Wachten op de elementen kán gewoon'

Rietland-regisseur Sven Bresser: 'Wachten op de elementen kán gewoon'

Over het speelfilmdebuut dat indruk maakte in Cannes.

Over het speelfilmdebuut dat indruk maakte in Cannes.

Rietland-regisseur Sven Bresser: 'Wachten op de elementen kán gewoon'

Over het speelfilmdebuut dat indruk maakte in Cannes.

Schijnbaar vanuit het niets werd Rietland, de eerste speelfilm van Sven Bresser (1992), in 2025 geselecteerd voor het Filmfestival van Cannes, als onderdeel van het prestigieuze Semaine de la critique-programma. Ook was deze onheilspellende ‘plattelandsthriller’ Gouden Kalf-kandidaat en de Nederlandse inzending voor de Oscars.

De oer-Hollandse film, door het toonaangevende filmblad Variety een ‘outstanding slow-burn thriller’ genoemd, kan zich meten met films uit het Europese arthouse-circuit. Tegelijkertijd bleek Rietland juist succesvol in de regio waar hij werd gefilmd: “De twee best lopende bioscopen bleken die in Meppel en Steenwijk te zijn – bioscopen die hiervoor nog nooit een arthousefilm gedraaid hadden.”

Rietsnijder Johan treft op een dag een verkracht en vermoord meisje aan op zijn land. In de gesloten, religieuze gemeenschap waarin men weinig spreekt, maar wel van alles broeit, wijst men al snel naar buiten. Naar de ander. Terwijl Johan op zoek gaat naar de dader en hij vrouwen in zijn omgeving wil beschermen, komen er tegelijkertijd complexe gevoelens bij hem naar boven.

Het was van meet af aan helder voor Sven Bresser dat hij iets wilde met het rietlandschap en de relatie die de mens ermee heeft. Hij groeide zelf op in het moeras- en rietlandschap in de gemeente Waterland, waar de rietteelt kleinschalig was en ophield in het begin van de jaren 2000. Zodoende week hij voor een scène in zijn korte film She Used to Sing Here (2021) uit naar het Nationaal Park Weerribben-Wieden in Overijssel, waar de laatste traditioneel werkende rietsnijders in Nederland te vinden zijn. Bresser: “Daar leven nog altijd hechte gemeenschappen in het natuurgebied dat een grote rol in hun levens speelt. In het zuidelijke deel, waar wij filmden, zijn mensen strenggelovig: de gereformeerde kerk is daar een vanzelfsprekendheid. Op die twee plekken is er verschil in cultuur en zelfs in dialect.” Hoewel extreem regionaal en lokaal, is deze plek, zo vindt Bresser, goed vergelijkbaar met andere plekken op de wereld waar mensen zo’n hechte relatie met de natuur hebben. “Ook in Noord-Frankrijk, Brazilië of India zijn er gemeenschappen die van het land leven, die dezelfde problematiek hebben en onderworpen zijn aan hetzelfde systeem.”

“Ook in Noord-Frankrijk, Brazilië of India zijn er gemeenschappen die van het land leven, die dezelfde problematiek hebben en onderworpen zijn aan hetzelfde systeem.”

Na zijn afstuderen aan de Hogeschool van de Kunsten Utrecht (HKU), met zijn afstudeerfilm Cavello (2016), werd Bressers korte, Franstalige film L'été et tout le reste (2018) geselecteerd binnen de Orizzonti-sectie op het Filmfestival van Venetië. Hij won er daarna een Gouden Kalf mee. Voor zijn telefilm Free Fight (2018) werd hij genomineerd voor een Gouden Kalf. Bressers speelfilmdebuut Rietland zette de Nederlandse filmmaker definitief op de wereldkaart, met een internationale première tijdens Cannes.

Het scenario van Rietland begon voor Bresser puur met beelden die hem aanspreken. “Ik zag een werkende man in het riet die plotseling stopte en over zijn schouder keek, met een blik waarin een bepaalde ambiguïteit en complexiteit zat. En er was dat landschap en een fascinatie voor geweld waar ik, sinds ik me kan herinneren, geïnteresseerd in ben.” Bresser probeert zo’n filmidee zo lang mogelijk níét concreet te maken, om het proces van die eerste gevoelens en intuïties te beschermen voor analyse. “Maar er komt natuurlijk een moment dat je rationeel nadenkt over je verhaal, je argumenten en personages. Ik ben dan niet per se bezig met een soort backstory of de psychologie van karakters, maar probeer vooral de complexiteit te vinden in wat zo’n personage meemaakt, of in de dingen die hij doet.”

Bresser filmde op locatie en castte er veel niet-professionele acteurs, waaronder rietsnijder Gerrit Knobbe, die als Johan de hoofdrol speelde. “Ik ben maar één iemand tegengekomen die Johan kon spelen – en dat was Gerrit. Ik zag hem tijdens een vergadering waar anderhalf uur een heftige discussie plaatsvond over de Chinese import van riet. Hij zei anderhalf uur lang eigenlijk niets en zat gewoon met zijn handen op tafel. Zijn handen en ogen vielen me gelijk op.” Nadat zijn vrouw Gerrit had overgehaald om naar de casting te komen en Bresser hem uiteindelijk vroeg voor de hoofdrol, spraken ze uitvoerig met elkaar: over Gerrits leven, zijn werk en over de lastige thema’s en de morele ambiguïteit uit Bressers film.

Voor zijn eerste aanvraag voor scenario-ontwikkeling van Rietland in 2022, bracht Bresser een kleine drie jaar door in het gebied waar hij wilde filmen. “Soms was ik er elke week, soms maandelijks. Later, een jaar voor de draaiperiode, heb ik er enkele maanden gewoond tijdens het rietsnijseizoen.” Hij stak zijn handen uit de mouwen, hielp met snijden, bezocht vergaderingen van rietsnijders en voer met z’n bootje langs plekken en mensen in de buurt. Die periode was niet per se van invloed op de narratieve elementen in zijn verhaal, maar diende vooral om de gemeenschap te leren kennen en mensen uit te leggen wat hij van plan was met de film. “Die tijd vormde in zekere zin ook een soort castingproces.” Daarnaast was het voor Bresser van belang om ‘het ritme van het leven’ aldaar te voelen. “Dat dicteert in zekere zin het ritme van je film. Puur technisch ook: hoe lang kan je naar arbeid als ritueel kijken zodat het iets filmisch en bijna muzikaals krijgt? Hoe waait een verwoestende wind en hoe transformeert de zon het riet in een andere kleur en textuur? Dat is voor mij net zo belangrijk als een acteur die zijn scène goed speelt.”


“ Hoe waait een verwoestende wind en hoe transformeert de zon het riet in een andere kleur en textuur? Dat is voor mij net zo belangrijk als een acteur die zijn scène goed speelt.”


Tijdens het draaien zelf vond Bresser het eveneens belangrijk om zich te laten leiden door het weer. “We moesten een flexibel systeem creëren waar het reguliere, schematische filmsysteem eigenlijk niet op gemaakt is.” Hij onderving dat door steeds twee locaties geprept te hebben – het huis van Johan en het rietlandschap. Zo konden ze op een dag, soms zelfs een uur van tevoren beslissen waar ze gingen draaien. “Als we een bepaalde scène wilden draaien die in de zon moest en het was bewolkt, dan wisselden we naar een ander perceel om bijvoorbeeld een brandscène te draaien. Daar moest met name de technische crew aan wennen, maar uiteindelijk bleek het een mooi proces. Dat wachten op de elementen is belangrijk en kán gewoon. Dat wat op filmacademies is bedacht op basis van hoe ze in Amerika werken, kan je altijd omvormen naar de behoeftes van de film die je maakt, of naar die van jou als maker.”

Dat zijn manier van werken van invloed is op het budget en de technische keuzes, vindt hij vanzelfsprekend: “Als je meer opnametijd neemt of op film draait, dan moet je iets anders inleveren. Bijvoorbeeld door met een kleine crew te werken waarbij mensen meerdere functies hebben. Ik ben als regisseur altijd heel betrokken bij de begroting, omdat ik dat een inherent onderdeel van het filmmaken vind. Het is juist respectvol om over elkaars departementen na te denken. Het is helemaal niet uniek wat ik doe: documentairemakers en makers uit landen waar minder geld is en waar het industriemodel minder vanzelfsprekend is, werken vaker zo. Omdat we deze film voor best veel geld maakten, was er altijd het gevaar dat die ‘industriemanier’ er weer in zou sluipen. Gelukkig begreep mijn producent, Marleen Slot van Viking Film, wat voor mijn film werkte.” Omdat Bresser en Slot voor Rietland bijna twee jaar aan een andere film werkten die uiteindelijk niet van de grond kwam, wisten ze al dat ze goed samen konden werken.

Rietland is een Nederlandse coproductie met België en de VPRO en is geproduceerd met steun van het Nederlands Filmfonds, de Netherlands Film Production Incentive, Eurimages, VAF, de Belgische Tax Shelter, BNP Paribas Fortis Film Finance en CoBO. Dat de film de wereldpremière beleefde in Cannes vond Bresser bijzonder en belangrijk: “Je ontdekt dan hoe belangrijk die plek kan zijn voor het leven van je film; hoeveel mensen hem gaan zien en dat de film zijn publiek heeft gevonden in meerdere landen – of dat nu via bioscoopreleases is, of in het festivalcircuit.” Bresser reisde met Rietland naar zo’n kleine twintig internationale filmfestivals, van Nieuw-Zeeland tot Amerika.

Tegelijkertijd deed Rietland het ook op regionaal niveau opvallend goed: “We hadden een prachtige regionale première met een buitenvertoning op het voetbalveld middenin Belt-Schutsloot – het dorp waar Gerrit en vrijwel alle riettelers uit de film vandaan komen. Er zijn zo’n 46.000 bezoekers naar Rietland geweest in Nederland. De twee best lopende bioscopen bleken die in Meppel en Steenwijk te zijn – bioscopen die hiervoor nog nooit een arthousefilm gedraaid hadden! Dat was nooit een doel, maar het is wel iets waar we heel trots op zijn.”

Inmiddels is er weer wat ruimte in zijn hoofd voor een nieuw avontuur: Bresser heeft met producent Viking Film net een aanvraag ingediend bij het Filmfonds onder de regeling Caleidoscoop. Hierbinnen kunnen nieuwe en ervaren filmmakers eigenzinnige filmplannen uitwerken binnen een low-budget concept. Bresser: “Het is een gangbare weg als je een eerste, succesvolle speelfilm hebt gemaakt, om een stapje groter te gaan of door te gaan op diezelfde schaal. Op de lange termijn ben ik daar ook zeker in geïnteresseerd. Maar nu wil ik eerst bepaalde thematiek en mijn methode van filmmaken verder ontwikkelen en uitdiepen. Ik voel dat ik daarvoor eerst een stapje terug moet zetten in productieschaal.”