
Verduurzaming van speelfilmprojecten
Steeds sterker wordt binnen de Nederlandse film- en AV-sector de noodzaak gevoeld om duurzamer te produceren. Als Fonds willen we dit makkelijker maken en de sector stimuleren meer stappen te zetten. Daarvoor bieden we verschillende vormen van ondersteuning en financiering. Producenten die hun speelfilmproductie willen verduurzamen, kunnen zowel voor de ontwikkelingsfase als voor de realiseringsfase een bijdrage aanvragen voor advies en begeleiding. Zo kan een eco-consultant advies geven over het maken van specifieke duurzaamheidskeuzes voor het filmproject en het inzichtelijk maken van de CO₂-voetafdruk. Tijdens het maken van de film kan een eco-manager de productie ondersteunen bij de uitvoering van het verduurzamingsplan. In 2025 werden er op deze manier 34 nieuwe projecten begeleid waarvan 30 in de ontwikkelingsfase en 4 in de realiseringsfase. A Family was de eerste door het fonds ondersteunde speelfilm die werd gecertificeerd door ALBERT, een internationale certificering binnen de film- en televisie-industrie die aantoont dat een productie op een ecologisch duurzame manier is gemaakt.
Verduurzaming van onze eigen organisatie
We zijn dit jaar gestart om ook zelf onze CO₂-voetafdruk inzichtelijk te maken. Hiervoor maken we gebruik van de milieubarometer, met advies en begeleiding van het Fair Climate Fund. De totale voetafdruk van onze organisatie bleek bij eerste meting 162 ton CO₂ te zijn. Dat is vergelijkbaar met de gemiddelde uitstoot van zo'n 15 huishoudens in Nederland. Het zakelijk verkeer en energiegebruik zijn de grootste bronnen van CO₂-uitstoot. Vanaf dit jaar gaan we onze voetafdruk jaarlijks in kaart brengen. Zo kunnen we ons verbruik van energie, water en materialen, maar ook mobiliteit en afvalstromen beter monitoren en zien welke acties nodig zijn om onze eigen impact te verkleinen. Ook zijn we gestart met het bewust maken van onze eigen medewerkers. Zo mag er voor werkbezoeken onder de 500 kilometer niet meer per vliegtuig gereisd worden. Bij bestemmingen die verder weg liggen, wordt gestimuleerd om waar mogelijk met de trein te reizen.


